**1..** Het college weigert de uitkering voor de duur van tenminste een maand en ten hoogste drie maanden met 100% van de grondslag, indien
**a..** belanghebbende niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
**b..** belanghebbende zijn dienstbetrekking of onderneming niet (geheel of gedeeltelijk) heeft behouden en dit belanghebbende te verwijten is;
**c..** belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden.
**2..** De duur van de weigering als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verdubbeld maar is ten hoogste drie maanden, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de uitkering op grond van dit artikel geweigerd is, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in dit artikel.
**3..** De duur van de weigering als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt is drie maanden, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de uitkering op grond van dit artikel geweigerd is, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in dit artikel.
**4..** Voor het toepassen van dit artikel is de bepaling in artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 19.
Tijdelijke weigering van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2015