Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 8

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Drechterland 2007

1.. Burgemeester en wethouders wijzen een standplaats en/of een woonwagen, zoals bedoeld in artikel 1, toe aan een standplaatszoekende en/of huurwoonwagenzoekende op basis van de prioriteiten: a. eerste prioriteit hebben standplaats- en/of huurwoonwagenzoekenden, die bloed- of aanverwanten zijn tot en met de derde graad van degenen die met toestemming van burgemeester en wethouders een standplaats innemen op het woonwagencentrum waartoe de toe te wijzen standplaats behoort c.q. woonruimte hebben betrokken maar hechten aan terugkeer naar het woonwagencentrum waartoe de toe te wijzen standplaats behoort; b. tweede prioriteit hebben standplaats- en of huurwoonwagenzoekenden die een standplaats innemen op het woonwagencentrum, waartoe de toe te wijzen standplaats en/of woonwagen behoort en in aanmerking willen komen voor een andere standplaats en waarbij de standplaats die wordt verlaten leeg wordt opgeleverd en voor verhuur beschikbaar komt c. derde prioriteit hebben de overige standplaats- en/of huurwoonwagenzoekenden. 2.. De onderlinge volgorde van standplaats- en/of huurwoonwagenzoekenden met dezelfde prioriteit wordt bepaald door de datum van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 14, lid1, met dien verstande, dat de kandidaat, die het langst staat ingeschreven, de hoogste prioriteit heeft. 3.. Burgemeester en wethouders wijzen slechts een huurwoonwagenstandplaats toe indien de standplaatszoekende kan aantonen, dat daarop binnen een termijn van 3 maanden na het aangaan van de huurovereenkomst, een woonwagen zal worden geplaatst; op verzoek kunnen burgemeester en wethouders deze termijn met drie maanden verlengen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen slechts een huurwoonwagen toewijzen, indien aan betrokkene tevens een standplaats is of kan worden verstrekt. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, indien er naar hun oordeel sprake is van bijzondere medische en/of sociale omstandigheden van de standplaats- en/of huurwoonwagenzoekende. 6.. In afwijking van het bepaalde in lid 1, kunnen burgemeester en wethouders een standplaats toewijzen, indien vanwege de uitvoering van herstructureringsplannen de huidige standplaats niet in stand kan blijven. 7.. In afwijking van het bepaalde in lid 1, kunnen burgemeester en wethouders een standplaats toewijzen, indien sprake is van een standplaatsruil.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel