In geval dat de netbeheerder niet langer van een vergunning gebruik wenst te maken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan ons college. Deze zal in reactie hierop de vergunning intrekken met daarbij zo nodig de verplichting om de betreffende kabel of leiding ook te verwijderen. Met het intrekken van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning gepaard gaan.
Om te voorkomen dat een netbeheerder door het afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in het tweede lid aangegeven dat hij nog steeds wordt beschouwd als netbeheerder in de zin van deze verordening. De verwijderingplicht rust dan ook op hem. Dit geldt niet indien de kabel of leiding is overgedragen aan een andere (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe eigenaar als netbeheerder beschouwd.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.4.
INTREKKEN VERGUNNING OP VERZOEK NETBEHEERDER
Onderdeel van Verordening Ondergrondse Infrastructuur