1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep met een grote
afstand tot de arbeidsmarkt, een tegenprestatie opdragen.
2.Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de
arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere
omstandigheden dat rechtvaardigen.
3.Nadat het college een tegenprestatie heeft opgedragen, krijgt de
betrokkene eerst twintig werkdagen de tijd om zelf een tegenprestatie te
zoeken.
4.Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met
de volgende factoren:
a.de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een
belanghebbende;
b.de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
c.de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in
overweging worden genomen;
d.als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of
vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening worden gehouden;
5.Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende
mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het
oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is
Hoofdstuk 4.
Artikel 19.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015