1.Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
werkzaamheden:
a.naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
arbeidsmarkt;
b.niet leiden tot verdringing.
2.Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening
beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende
werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden
die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
bepalingen zijn opgenomen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 20.
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Kapelle 2015