**1..** Het college weigert de uitkering blijvend naar de mate waarin de
belanghebbende die arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard uit of
in verband met deze arbeid inkomen als bedoeld in of op grond van
artikel 8 IOAW of artikel 8 IOAZ zou hebben kunnen verwerven
indien:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende
reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en de belanghebbende ter zake
een verwijt kan worden gemaakt;
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de
belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige
bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
**2..** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, weigert het college de
uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het bedrag
van de uitkering te verlagen met 50% van het inkomen, bedoeld in de
eerste zin van het eerste lid, indien het eindigen van de
dienstbetrekking belanghebbende niet in overwegende mate kan worden
verweten.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015