Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015

De maatregel, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, wordt vastgesteld op: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3.Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid, belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt door het college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel