De maatregel, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en
9, wordt vastgesteld op:
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de eerste categorie;
50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de derde categorie.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden
na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare
gedraging uit dezelfde of een hogere categorie.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als
bedoeld in artikel 6, tweede lid.
3.Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit
waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid,
belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een eenzelfde
verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan wordt
door het college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van honderd
procent van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden. Met een
besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het
besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in
artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015