Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de
wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid van die wet, wordt een
maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm gedurende één
maand.
Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of
IOAZ, wordt een maatregel opgelegd van 50% van de bijstandsnorm
gedurende één maand.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid
wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf
maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare
gedraging.Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd,
wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond
van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede
lid.
Onder zeer ernstige misdragingen als bedoeld in het eerste en
tweede lid wordt onder andere verstaan:
extreem verbaal geweld;
discriminatie;
ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische
druk);
zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);
mensgericht fysiek geweld;
overige/combinatie van agressievormen.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015