Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Gedragingen IOAW en IOAZ

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwartewaterland 2015

Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 IOAW of de artikelen 37 en 38 IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a.eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; tweede categorie: het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid IOAW of artikel 38, eerste lid IOAZ; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f IOAZ; geen uitvoering geven aan de door het college opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij drie uitzendbureaus. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren als bedoeld inartikel 20, eerste lid, onder a of b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de Wetinkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel