Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug 2013 geconsolideerd

Het is, met inachtneming van het gestelde onder lid 1b, verboden de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het is verboden objecten voor tijdelijke handels- en niet-commerciële reclame op of aan de weg te plaatsen, met uitzondering van spandoeken voor niet commerciële reclame, behoudens door diegene aan wie het college van burgemeester en wethouders een recht tot exploitatie van tijdelijke reclame verleent. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen aan de plaatsing van voorwerpen op de openbare plaats. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het gestelde verbod in lid 1a van dit artikel. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het lid 1a van dit artikel bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht . Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24 lid 2; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18. Het verbod in lid 1a en lid 1b van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Provinciale Wegenverordening. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel