Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
zonder vergunning van de burgemeester.
De burgemeester weigert de vergunning indien:
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd
is met het geldend
bestemmingsplan.
b.door de exploitant en/of leidinggevende op ontoelaatbare wijze
de
bedrijfsvoering in dit of in andere horecabedrijven is
uitgevoerd;
de exploitant en/of leidinggevende in enig opzicht van
slecht levensgedrag is.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden
aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de
omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde
op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Geen vergunning is vereist voor een openbare
inrichting die zich bevindt in
a.een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet voor zover de
activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen
van de
winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine of – restaurant;
een kerk; of
sport- of dansschool c.q. vereniging.
De burgemeester verleent vrijstelling van het verbod
genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen
die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
de Drank- en Horecawet, indien
a.zich in de twaalf maanden voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze
bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op
straat ,
drugsgebruik en -handel of geluidsoverlast hebben voorgedaan in of
bij de
inrichting, dan wel
b.de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
tweede of derde
lid.
6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer:
zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde
lid onder a van dit
artikel.
de burgemeester van oordeel is dat de woon- en leefsituatie
in de omgeving van
het horecabedrijf of de openbare orde en veiligheid op ontoelaatbare
wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare
inrichting.
7.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug 2013 geconsolideerd