Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 21

- Persoonsgebonden re-integratiebudget

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Zoetermeer 2015

1.. Aan een persoon uit de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, die minimaal zes maanden een uitkering heeft en in staat wordt geacht zelf een trajectplan op te stellen en uit te voeren, ondersteund door een uitvoeringsorganisatie of arbeidsadviseur, kan een persoonsgebonden re-integratiebudget worden toegekend. 2.. Het persoonsgebonden re-integratiebudget kan slechts ingezet worden indien andere instrumenten, die direct beschikbaar zijn voor de gemeente Zoetermeer, niet passend zijn. 3.. Het persoonsgebonden re-integratiebudget dient uitsluitend tot inkoop van re-integratieactiviteiten. 4.. Het trajectplan bevat de activiteiten die de persoon wil inkopen en tot welk doel de activiteiten gaan leiden. De activiteiten dienen noodzakelijk te zijn om het doel te bereiken. Het trajectplan dient uitstroom in maximaal twaalf maanden tot doel te hebben. 5.. Goedkeuring van het college is vereist alvorens het trajectplan uitgevoerd mag worden. Een eventuele tussentijdse wijziging dient goedgekeurd te worden door het college. 6.. Het persoonsgebonden re-integratiebudget eindigt indien de uitkering wordt beëindigd. 7.. Het persoonsgebonden budget kan, indien het college het noodzakelijk acht, worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden. In dat geval wordt het budget opgehoogd met de noodzakelijke kosten om het traject tot een succesvol einde te brengen.

Rechtspraak bij dit artikel