Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond
van de artikelen 9, 9a en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende
wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1.eerste categorie:
Bij de volgende gedraging wordt de uitkering gedurende één maand met
10% van de uitkeringsnorm verlaagd:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten
verlengen van de registratie.
2.tweede categorie:
Bij de volgende gedraging wordt de uitkering gedurende één maand met
30% van de uitkeringsnorm verlaagd:
het nalaten van handelingen die gericht zijn op het verkrijgen van
algemeen geaccepteerde arbeid.
3.derde categorie:
Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering gedurende één maand met
50% van de uitkeringsnorm verlaagd:
het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren
en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a
van de Participatiewet;
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de
artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor
zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar,
gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43,
vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze
verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid,
van de Participatiewet;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken
verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel
b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft
geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht
voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid,
van de Participatiewet.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college
opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel
9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college
aangeboden voorziening gericht op
arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid
onderdeel b van de Participatiewet en artikel
10, eerste lid van de Participatiewet voor zover dit niet heeft
geleid tot het geen doorgang vinden of tot
voortijdige beëindiging van die voorziening.
vierde categorie: Bij de volgende gedraging wordt de
uitkering gedurende één maand met 100% van de
uitkeringsnorm
verlaagd:
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college
aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in
artikel 9 lid 1 onderdeel b van de Participatiewet en artikel 10 lid 1
van de Participatiewet voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang
vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Gedragingen Participatiewet
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ