Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de
volgende factoren:
a) de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een
belanghebbende;
b) de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
belanghebbende moeten
in aanmerking worden genomen;
c) de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in
overweging
worden genomen;
Artikel 3.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening individuele tegenprestatie participatiewet, ioaw en ioaz 2015