Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
werkzaamheden:
naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
arbeidsmarkt;
niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
organisatie waarin ze worden verricht;
niet leiden tot verdringing.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Stichtse Vecht 2015