**1..** Het college kan elke uitkeringsgerechtigde die een beroep doet op de
Participatiewet, IOAW of IOAZ een tegenprestatie opdragen.
**2..** In afwijking van het eerste lid draagt het college geen
tegenprestatie op aan:
de belanghebbende die binnen 6 maanden na instroom in de
uitkering aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar
aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een
tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;
de belanghebbende die mantelzorg verricht voor zover het
verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het
college redelijkerwijs noodzakelijk is.
**3..** Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
met de volgende factoren:
de mogelijkheden en bekwaamheden van een belanghebbende;
de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van
een belanghebbende;
de persoonlijke wensen van een belanghebbende;
re-integratieactiviteiten en trajecten naar werk, waarbij de
tegenprestatie belemmerend kan werken op deze activiteiten
en trajecten.
Hoofdstuk
Artikel 3
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Stichtse Vecht 2015