Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het verslag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt vastgesteld dat de jeugdige:
op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn sociale netwerk geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover met betrekking tot de jeugdige een verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts is afgegeven.
Het college kent geen individuele voorziening toe voor zover sprake is van gebruikelijke zorg.
Hoofdstuk
Artikel 8
Afweging verstrekking individuele voorzieningen
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Stadskanaal 2015