Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Hoogte en duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD Bollenstreek 2015

1.. Het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW, wordt onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: 1.. het niet uitvoering geven aan de door het dagelijks bestuur opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij een uitzendbureau; 2.. het niet naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen; 3.. het niet bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid; 4.. het niet bereid zijn om te verhuizen, indien het dagelijks bestuur is gebleken dat er geen andere mogelijkheid is voor het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, en een belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste 1 jaar en een netto beloning die tenminste gelijk is aan de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan; 5.. het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag; 6.. het niet gebruik maken van door het dagelijks bestuur aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en het niet meewerken aan onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. tweede categorie: 1.. het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 2.. het niet bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3.. het niet bereid zijn om te verhuizen, indien het dagelijks bestuur is gebleken dat er geen andere mogelijkheid is voor het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, en een belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste 1 jaar en een netto beloning die tenminste gelijk is aan de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan; 4.. het niet verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 5.. het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag; 2.. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op: 100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 100 % van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de tweede categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel