**1..** Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand
die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet
over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het
opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt.
Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die
belanghebbende geldende bijstandsnorm.
**2..** Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de
uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad
of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een
verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de
uitkering is beëindigd of ingetrokken.
**3..** Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd
als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt
de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is
uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering
ontvangt.
**4..** In afwijking van het eerste lid wordt, ingeval de verwijtbare
gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van de door
cliënt/uitkeringsgerechtigde ingediende aanvraag om een uitkering,
de verlaging toegepast met ingang van de ingangsdatum van de
uitkering.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Beuningen 2015