Het eerste jaar wordt aan de werkgever afhankelijk van de leeftijd van de werkzoekende een opstapsubsidie verstrekt van 40% van het Wettelijk Minimumloon (WML) of 40% van het Wettelijk Minimum Jeugdloon (WMJL). Hierbij wordt uitgegaan van een werkweek van 32 uur, met een vast aantal uren en een vast salaris. Wanneer iemand minder uren werkzaam is, wordt het subsidiebedrag naar rato berekend. Het is ook mogelijk om de opstapsubsidie te combineren met een plaatsing korter dan één jaar. De loonkosten wordt dan naar rato berekend. De minimale duur van een plaatsing is zes maanden.
Wanneer sprake is van fiscale regelingen zal de opstapsubsidie met 50% worden verminderd.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Het eerste jaar
Onderdeel van Beleidsregels Opstapsubsidie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Leiderdorp 2015