**1..** Handholes en andere onderdelen van Telecomnetwerken worden geplaatst in het toegewezen tracé. Indien onverhoopt geen plaats in het tracé kan worden gevonden dan wordt een andere locatie vastgesteld met zo min mogelijk verstoring van aanwezige andere leidingen. De gronddekking van handholes bedraagt ten minste 0,30 m.
**2..** Bij het indelen van leidingen in de nabijheid van bomen wordt de afstand tussen hart leiding en hart stamvoet bepaald door de uiteindelijk te bereiken omvang van de boom. In dit kader worden twee groepen onderscheiden: bomen van de eerste grootte en die van tweede en derde grootte. Bij de afstand tussen hart buis en hart stamvoet van een boom wordt als minimale eis gesteld: Boom eerste grootte : 2,00 m Boom tweede/ derde grootte : 1,50 m Moet worden afgeweken van deze minimale eis, dan dient overleg gepleegd te worden met W&W en wordt bezien of en onder welke bijzondere voorwaarden vergunning kan worden verleend.
**3..** Boven de leidingen mogen geen diepwortelende beplantingen worden aangebracht tenzij dit van gemeentewege noodzakelijk c.q. wenselijk wordt geacht. In dat geval zal de gemeente in overleg treden met de betreffende leidingexploitant(en).
**4..** Er worden geen obstakels boven leidingen geplaatst. Indien geen andere oplossing mogelijk is, dan kan in overleg met de betreffende leidingexploitant(en) onder voorwaarden en/ of voorzieningen alsnog tot plaatsing boven leidingen worden overgegaan.
**5..** Huisaansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor distributieleidingen.