Rijzen van bestaande leidingen:
Het rijzen van leidingen zal zo veel mogelijk in combinatie met straatophoging worden uitgevoerd;
Bij straatophogingen moeten leidingen, niet zijnde transportleidingen, op kosten van de leidingexploitant worden gerezen, als deze > 0,40 m verzakt zijn ten opzichte van het uitgiftepeil;
Indien leidingen gerezen worden dienen huisaansluitingen eveneens te rijzen.
Aanleg van nieuwe leidingen:
Indien reeds leidingen van dezelfde discipline/ leidingexploitant/ beheerder aanwezig zijn, zullen nieuwe leidingen op dezelfde diepte gelegd moeten worden als de bestaande, teneinde een “wand” in de ondergrond te voorkomen. Indien de bestaande leidingen te diep liggen ( > 0,40 m ten opzichte van het uitgiftepeil) moeten deze worden gerezen;
In verzakte straten worden nieuwe leidingen volgens het legschema leidingen (zie bijlage 9.1) ten opzichte van het bestaande straatpeil gelegd;
De leidingexploitant is verplicht, voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé, onderzoek te doen naar de ligginggegevens van alle (te kruisen) leidingen.
Schade:
Indien blijkt dat de zetting aan een gevel zodanig is dat verwacht kan worden dat de huisaansluiting dreigt te beschadigen of af te breken dan is de leidingexploitant/ beheerder verplicht hiernaar onderzoek te doen en zonodig maatregelen te nemen.
Over- en onderbouwing van de openbare ruimte:
Indien leidingen onder een overbouwing worden gesitueerd, dan dient de hoogte van de overbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil minimaal 2,50 m te bedragen, dit in verband met de benodigde werkruimte voor mechanisch en ander materieel;
Bij toepassing van koppelbalken dient de bovenkant van de koppelbalken ten minste 2.00 m onder het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil te worden aangebracht. De ruimte tussen de koppelbalken moet worden voorzien van een gewapende betonplaat waarboven de leidingen een veilige ligging verkrijgen;
Indien leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd, dan dient de diepte van de onderbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil ten minste 2,00 m te bedragen, in verband met benodigde gronddekking voor leidingen;
Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte dienen de goedkeuring te hebben van W&W. Deze tijdelijke voorzieningen, zoals damwanden, heipalen, etc. dienen na voltooiing van de werkzaamheden te worden verwijderd. Mocht dit om welke reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan alleen door W&W besloten worden deze voorzieningen tot een nader te bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In de regel is deze maat minimaal 2,50 m.
Huisaansluitingen riolering (rioolaansluitingen):
Rioolaansluitingen voor gemengde afvoer, vuilwaterafvoer of regenwaterafvoer dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig het vigerende ‘Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte’ van gemeente De Ronde Venen.
Het koppelen van particuliere rioolaansluitingen in de openbare ruimte is niet toegestaan.
In uitzonderlijke gevallen kan in overleg met W&W ertoe worden overgegaan tot het koppelen van rioolaansluitingen op een zogenaamde koppelleiding.
Deze koppelleiding wordt in het kader van de Leidingenverordening De Ronde Venen gezien als een particuliere leiding.
Voor deze koppelleiding dient te allen tijde een vergunning te worden aangevraagd en op naam te worden gesteld van één rechtspersoon.