Een gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van een passagier kan worden toegekend indien:
de passagier volgens de BRP staat ingeschreven op het woonadres of uit een werkgeversverklaring blijkt dat de aanvrager voor een aaneengesloten periode werkzaam is op het bedrijfsadres.
De passagier in het bezig is van een Europese gehandicaptenparkeerkaart als passagier.
Blijkt dat vanwege de parkeerdruk en uit het oogpunt van verkeersveiligheid en de doorstroming van verkeer niet wenselijk is dat de bestuurder van het motorvoertuig in de directe omgeving van de woning van de gehandicapte passagier stopt ten behoeve van het in- of uitstappen van de gehandicapte òf het uit het oogpunt van zorg niet mogelijk is om aanvrager alleen te laten gedurende de tijd die nodig is om het voertuig te parkeren.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.3
Gehandicaptenparkeerplaats passagier
Onderdeel van Reglement ontheffingen en vergunningen motorvoertuigen