Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie gemeente Almere 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2014
De griffier, De voorzitter,
J.D. Pruim A. Jorritsma-Lebbink
Algemene toelichting
Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Individuele omstandigheden
Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem wordt verwacht. Dit blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013 BZ5171.
Geen tegenprestatie
Indien daarvoor dringende redenen, zoals zorgtaken, aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen aan de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie op grond van artikel 9 lid 2 Participatiewet. De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is op grond van artikel 9 lid 5 Participatiewet . De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing op grond van 9 lid 7 Participatiewet.
Maatregel
Bij het niet nakomen van de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie kan een maatregel worden opgelegd op grond van de maatregelen en handhavingsverordening.
Geen re-integratie instrument
De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten als tegenprestatie voor het ontvangen van een bijstandsuitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving zoals blijkt uit de memorie van toelichting, TK 2013-2014, 33801, nr. 7, blz. 49-50. De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en niet bedoeld als re-integratie-instrument. Daarnaast mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-integratieplannen niet belemmeren. Als uitgangspunt geldt: werk boven uitkering.
Verordeningsplicht
Op grond van artikel 8a lid 1 onderdeel b Participatiewet is de raad verplicht om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen zie de memorie van toelichting TK 2013-2014, 33801, nr. 24, blz. 6.
Ontwikkelen beleid
Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7 lid 1, onderdeel c Participatiewet.
Artikelsgewijze toelichting