Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Opdragen van tegenprestatie

Onderdeel van Verordening tegenprestatie gemeente Almere 2015

Tegenprestatie opdragen aan personen met lange afstand tot arbeidsmarkt De raad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het college een tegenprestatie in beginsel uitsluitend kan opdragen aan een belanghebbende die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit impliceert dat belanghebbenden die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben geen tegenprestatie wordt opgedragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De raad heeft hiervoor gekozen opdat personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zich kunnen richten op de arbeidsplicht en de re-integratieplicht, zoals het naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgen. Bij personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom uit de uitkering. Daarom wordt in beginsel aan personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen tegenprestatie opgedragen. De tegenprestatie mag immers het accepteren van passende arbeid of van re-integratieinspanningen niet belemmeren aangezien werk boven uitkering als uitgangspunt geldt. Belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt Indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen kan aan een belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie worden opgedragen. Hierbij kan worden bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarin geen re-integratieactiviteiten worden verricht door belanghebbende en het verrichten van re-integratieactiviteiten op korte termijn redelijkerwijs ook niet kan worden verwacht. In een dergelijk geval bestaat er ruimte een tegenprestatie op te leggen. Geen tegenprestatie Indien daarvoor dringende redenen, zoals zorgtaken, aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie. Dit op grond van artikel 9 lid 2 Participatiewet. De verplichting tot tegenprestatie is niet van toepassing op een alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot vijf jaar en een ontheffing heeft van de arbeidsverplichting. Dit op grond van artikel 9 lid 7 Participatiewet. Weigering tegenprestatie Het college dient bij weigering van belanghebbende om de tegenprestatie te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel te bepalen zie de memorie van toelichting TK 2013-2014, 33801, nr. 3, blz. 29. Zelf zoeken tegenprestatie Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het college rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende. Uit de memorie van toelichting, TK 201302014, 33801, nr. 7, blz. 47 blijkt dat de regering het belangrijk vindt dat een belanghebbende invloed heeft op de keuze van de activiteiten. De raad is van mening dat belanghebbende gedurende twaalf weken de tijd krijgt om zelf een activiteit te zoeken die aansluit bij zijn persoonlijke wensen en kwaliteiten. Het dient een activiteit te betreffen die wordt aangeboden via één van de vrijwilligersorganisaties waarmee het college samenwerkt. Dit zijn De Schoor, Humanitas, de VMCA en het Leger des Heils. Indien belanghebbende geen activiteit aandraagt dan wel een activiteit aandraagt die niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in de verordening en het beleidsplan, draagt het college een tegenprestatie op met in achtneming van de factoren zoals hieronder beschreven. Factoren opdragen tegenprestatie Het college houdt er bij het opdragen van de tegenprestatie rekening mee dat de werkzaamheden naar vermogen door een belanghebbende moeten kunnen worden verricht. De term “naar vermogen” heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde. Dit blijkt uit de memorie van toelichting TK 2013-2014, 33801, nr.3, blz. 30. Het college bepaalt uiteindelijk of en zo ja welke tegenprestatie wordt opgedragen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem wordt verwacht. Tegen het besluit tot het opdragen van een tegenprestatie kan bezwaar en beroep worden aangetekend. Zie de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 februari 2013, BZ 5171.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel