Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel Beleid voor gemeenschapshuizen in de voormalige gemeenten

Artikel Beleid voor gemeenschapshuizen in de voormalige gemeenten

Onderdeel van Beleidsnota Gemeenschapshuizen

De gemeente Bladel en Netersel had tot vlak voor de herindeling slechts te maken met één gemeenschapshuis, namelijk Den Herd in Bladel. In een dergelijke situatie is de subsidiëring betrekkelijk eenvoudig. Er wordt nagegaan wat er nodig en verantwoord is om het gemeenschapshuis op het gewenste kwaliteitsniveau te laten functioneren. Dat wordt in afspraken en bedragen vastgelegd en dat is het dan. Geen probleem. In Netersel maakten de verenigingen gebruik van de enige (café-)zaal die er in het dorp beschikbaar was. Die zaal werd door een horeca-ondernemer geëxploiteerd. In 1996 dreigde die accommodatie voor het dorp Netersel verloren te gaan. De Stichting Netersels Belang sprong op de bres en werd door de gemeente in staat gesteld om het pand te kopen en aan te passen. Voordat er enige ervaring was opgebouwd met de exploitatie en subsidiëring van gemeenschapshuis Zaal Hooijen was de gemeentelijke herindeling een feit. Vraagstukken over de afstemming van het beleid tussen het gemeenschapshuis in Bladel en het gemeenschapshuis in Netersel hebben zich daarom nooit gemanifesteerd. In de gemeente Hoogeloon c.a. bestond al jarenlang de situatie waarin elk dorp zijn eigen gemeenschapshuis had. Om de eenheid in beleid te bevorderen was daar een subsidierichtlijn ontwikkeld, die als basis diende voor de subsidiëring van de drie gemeenschapshuizen. Het was een systeem dat in de praktijk aan alle drie de gemeenschapshuizen een redelijke mate van financiële zekerheid bood voor de dekking van de exploitatiekosten en voor de opbouw van voorzieningen voor groot onderhoud en voor vervanging van inventaris. Het was wel een ingewikkeld systeem. Er werden normen gebruikt die niet noodzakelijkerwijs overeen hoefden te stemmen met de praktijk in de gemeenschapshuizen. Dat leidde wel eens tot verwarring. De gemeente hanteerde bijvoorbeeld een norm voor de subsidiabele personeelsformatie in gemeenschapshuis A van 1 fulltime beheerder en : huishoudelijk medewerker. Die norm speelde een rol bij de berekening van het subsidiebedrag, maar het was geen probleem als gemeenschapshuis A in de praktijk 2 beheerder en 2 huishoudelijk medewerkers in dienst had. Een ander voorbeeld. Voor de hoogte van de salariskosten van de subsidiabele personeelsformatie werden de salaristabellen voor het sociaal cultureel werk uit de CAO-Welzijn gebruikt, terwijl alleen Den Tref met die salarisregeling werkte. De subsidierichtlijn was eigenlijk een rekenmodel. Op onderdelen kon dat model aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van elk gemeenschapshuis en dat leverde een regeling op die voor alle partijen tot een werkbaar resultaat leidde. Het rekenmodel was zo ingericht dat niet alleen dekking voor exploitatietekorten werd gerealiseerd, maar dat de gemeenschapshuizen ook voorzieningen voor groot onderhoud en voor vervanging van inventaris konden opbouwen. Voor dergelijke kosten stond in de gemeentebegroting van Hoogeloon c.a. dan ook geen raming op de subfunctie verenigingsgebouwen. Alleen bij omvangrijke verbouwingen/uitbreidingen werd een beroep op de gemeente gedaan. Bij de vaststelling van de Algemene subsidieverordening welzijn 1997 van de gemeente Bladel, op 24 april 1997, zijn de oude subsidieverordeningen van Bladel en Netersel en Hoogeloon c.a., inclusief de daarop gebaseerde richtlijnen en beleidsregels, vervallen, met dien verstande dat ze hun werking behouden ten aanzien van subsidies die op basis daarvan zijn toegekend voor het jaar 1997 en de daaraan voorafgaande jaren. Vergelijking van de benaderingswijzen die in de beide voormalige gemeenten werden gehanteerd, levert onder meer de volgende verschilpunten op, die aandacht verdienen bij de uitwerking van nieuw beleid: -   De gemeente Bladel, eigenaar van Den Herd, verhuurde  (dat gebeurt op dit moment nog) de accommodatie aan de Stichting Den Herd. Financieel leverde dat de gemeente in directe zin niets op, omdat tegenover de huurvordering een gelijk bedrag aan subsidie beschikbaar gesteld werd (peil 1998 NLG 128.820). De huurrelatie tussen de eigenaar en de exploitant heeft waarschijnlijk het beleid tot gevolg gehad dat de exploitant ook huur in rekening brengt aan de gebruikers. Hierdoor ontstaat voor de gemeente indirect een financieel voordeel. De huuropbrengst verlaagt immers het exploitatietekort, waardoor minder subsidie nodig is om de exploitatielasten van Den Herd te dekken. Dat voordeel is overigens betrekkelijk, want een deel van de gebruikers wordt vervolgens weer door de gemeente gesubsidieerd, onder meer in de kosten van de accommodatiehuur die ze bij Den Herd moeten betalen. Het financiële voordeel zit daarom vooral in de huurpenningen die worden opgebracht door gebruikers van Den Herd waarmee de gemeente geen subsidierelatie heeft. -   In de gemeente Hoogeloon werden de gemeenschapshuizen die eigendom zijn van de gemeente (d'n Aord en d'n Anloôp) om niet in gebruik gegeven aan de stichtingen die de gemeenschapshuizen exploiteren. (Dat gebeurt op dit moment nog). Het gegeven dat tussen eigenaar en exploitant geen huurrelatie bestaat heeft waarschijnlijk het beleid tot gevolg gehad dat in die gemeenschapshuizen de gebruikers in de meeste gevallen geen huur hoeven te betalen. Dat levert een financieel nadeel voor de gemeente op omdat de exploitatietekorten van de gemeenschapshuizen verhoudingsgewijs hoog zijn. Indirect levert het ook een financieel voordeel op omdat bij de subsidiëring van verenigingen die gebruik maken van de gemeenschapshuizen, geen rekening gehouden hoeft te worden met huisvestingskosten. Per saldo ligt er een nadelig financieel effect omdat ook verenigingen waarmee de gemeente geen subsidierelatie onderhoudt, doorgaans gratis gebruik maken van de accommodaties. De vraag dringt zich op, hoe in de toekomst moet worden omgegaan met het al dan niet in rekening brengen van huur in de relatie eigenaar-exploitant. -   In beide gemeenten deed zich de situatie voor van een gemeenschapshuis waarvan niet de gemeente eigenaar is, maar de beherende stichting. Dat geldt voor de gemeenschapshuizen in Netersel en in Hapert. In Netersel drukken de financieringslasten van de aankoop van het gebouw op de exploitatie en zijn dus mede van invloed op de hoogte van het jaarlijkse subsidie ter dekking van de exploitatielasten. In Hapert zijn alle financieringslasten uit het verleden in 1984 door de gemeente gesaneerd en ten laste gebracht van de reserves. De vraag dringt zich op, hoe in de toekomst moet worden omgegaan met de financieringslasten van de aankoop van Zaal Hooijen door de Stichting Netersels belang. -   In de gemeente Bladel werd onderhoud aan gemeentelijke gebouwen (en dus ook aan Den Herd) door en voor rekening van de gemeente uitgevoerd. -   In Hoogeloon lag de verantwoordelijkheid voor onderhoud, ook voor groot onderhoud, bij de besturen van de gemeenschapshuizen. Dat gold zowel voor Den Tref (eigendom van de stichting) als voor d'n Aord en d'n Anloôp (eigendom van de gemeente). In de subsidierichtlijn was een bepaling opgenomen dat jaarlijks ten laste van de exploitatie een storting in de voorziening groot onderhoud moest worden gedaan ter grootte van 1% van de stichtingskosten van het gemeenschapshuis. Ook ten laste van de exploitatie moest over het saldo van de voorziening jaarlijks 6% rente aan de voorziening worden toegevoegd. -   Op dit moment doet zich de situatie voor dat onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen, ook aan de gemeenschapshuizen in Casteren en Hoogeloon, wordt uitgevoerd in opdracht en voor rekening van de gemeente. In de subsidiebedragen voor d'n Aord en d'n Anloôp wordt echter nog steeds rekening gehouden met de dotaties en de rentebijschrijving op de voorziening voor groot onderhoud. Het is noodzakelijk om in het nieuwe beleid voor de gemeenschapshuizen consequenties te trekken uit het beleid ten aanzien van onderhoud van gemeentelijke gebouwen. Bovendien moet bepaald worden op welke wijze het groot onderhoud aan Den Tref en Zaal Hooijen in de toekomst geregeld en gefinancierd wordt.

Rechtspraak bij dit artikel