* Het streven naar een geharmoniseerd beleid hoeft niet te leiden tot een eenheidsworst. In onze visie moet dat een beleid worden waarin gelijke behandeling plaatsvindt op onderdelen die daarvoor geschikt zijn, maar waarin differentiatie wordt toegepast op onderdelen waarbij dat wenselijk is. In de couleur locale mogen de specifieke kwaliteiten en accenten van de individuele gemeenschapshuizen tot uitdrukking blijven komen.
* Voor het beheer van de gemeenschapshuizen zijn de respectieve stichtingen verantwoordelijk. Bij vraagstukken over wat wel en wat niet kan in de gemeenschapshuizen, blijft de gemeente op afstand, behoudens vraagstukken waarover de gemeente op grond van wet- en regelgeving een standpunt moet bepalen.
Uiteraard zal de gemeente ook toetsen of het beheer beantwoordt aan de doelstellingen die voor de gemeente aanleiding zijn om gemeenschapshuizen in stand te houden.
* In aansluiting op het concept dat de gemeente voor zijn eigen bedrijfsvoering hanteert, willen we ook in de relatie met de gemeenschapshuizen naar een meer zakelijke benadering. Kosten moeten zichtbaar gemaakt worden in relatie tot de dienstverlening waarvoor ze gemaakt worden. Dat betekent dat de gemeente de gemeenschapshuizen die haar eigendom zijn gaat verhuren.
* De subsidiëring van de gemeenschapshuizen maakt onderdeel uit van het welzijnsbeleid. De algemene uitgangspunten van dat beleid zijn dus van toepassing. Dat betekent onder meer dat er gewerkt wordt met meerjarige budgetafspraken, dat budgetten volledig worden uitbetaald en dat er geen sprake meer zal zijn van verrekening achteraf, behoudens op gronden die in de Algemene subsidieverordening zijn vermeld.
* Hoewel de gemeente in financiële zin geen zorgeloze toekomst tegemoet gaat, is verlaging van de subsidies aan de gemeenschapshuizen geen operationele doelstelling. Per saldo moet de harmonisatie van het beleid voor de besturen van de gemeenschapshuizen budgettair neutraal verlopen. Om de stichtingen die zekerheid te geven, zullen wij de raad voorstellen om te garanderen dat gedurende de resterende looptijd van de budgetperiode 1998-2000 eventuele negatieve effecten die niet met de toegekende budgetten kunnen worden gedekt, gecompenseerd worden. De gemeenschapshuizen krijgen daardoor de tijd en de financiële ruimte om te wennen aan het nieuwe beleidskader.
De ervaringen in de lopende budgetperiode worden gebruikt bij de bepaling van de budgetten in de daarop volgende periode.
Hoofdstuk 2
Artikel Nieuw beleid; uitgangspunten in een notendop
Artikel Nieuw beleid; uitgangspunten in een notendop
Onderdeel van Beleidsnota Gemeenschapshuizen