De voorgaande hoofdstukken zijn tussentijds besproken met de Klankbordgroep.
De inventariserende onderdelen van de nota, zijn met enkele correcties en aanvullingen, door de Klankbordgroep met instemming ontvangen.
Het voormalige beleid en de uitgangspunten voor nieuw beleid, zijn in samenhang behandeld.
- Uit de reacties van Hoogeloon Hapert en Casteren blijkt, dat zij wel onderschrijven dat in de gemeente Hoogeloon een ingewikkeld rekenmodel werd gehanteerd. Zij blijken het echter ook ervaren te hebben als een model waarmee in de praktijk goed te werken viel. Er zat een element in waarmee aanpassing aan de individuele maat van elk gemeenschapshuis mogelijk was en het bood ruimte voor de dekking van exploitatielasten, inclusief de opbouw van voorzieningen voor groot onderhoud en vervanging van inventaris. De vereiste instemming van B&W bij de aanwending van de voorzieningen boven een bepaald bedrag werd soms wel als omslachtig ervaren maar bood anderzijds ook rugdekking aan het bestuur.
Het bestuur van d'n Anloôp heeft de indruk dat het model-Hoogeloon goed toepasbaar is in combinatie met de uitgangspunten voor nieuw beleid.
- Casteren toont zich een fel tegenstander van de invoering van huurverplichtingen. In de relatie eigenaar-exploitant wijst Casteren erop dat de gemeente Hoogeloon destijds het oude parochiehuis voor één gulden in eigendom verworven heeft van het Kerkbestuur, onder de voorwaarde dat de gemeenschap Casteren om niet gebruik zou mogen maken van het gemeenschapshuis. In de relatie exploitant-gebruiker beoordeelt Casteren het invoeren van huur als de doodsteek voor het gemeenschapshuis. Verenigingen in Casteren zullen dat niet accepteren. Zij zullen hun activiteiten dan in de plaatselijke horecabedrijven gaan uitvoeren.
Ook Hoogeloon en Hapert hebben bedenkingen tegen het vragen van huur aan gebruikers. Als het al moet, dan zal het behoedzaam moeten worden ingevoerd.
Bladel heeft goede ervaringen met huur in de relatie exploitant-gebruiker. Zelfs als de huur in de relatie eigenaar-exploitant zou worden afgeschaft, wil Den Herd niet overgaan tot het gratis beschikbaar stellen van ruimte aan gebruikers.
Ook in Netersel zijn de gebruikers gewend aan het betalen van huur en ziet het bestuur geen reden om daar verandering in aan te brengen. Men pleit er wel voor om in alle gemeenschapshuizen huur te vragen voor het gebruik van de zalen. Anders gaan verenigingen naar elders omdat men daar de zaal gratis krijgt.
- Den Herd heeft het idee dat men in vergelijking met de gemeenschapshuizen in de gemeente Hoogeloon, behoorlijk kort gehouden is door de gemeente. De afgelopen jaren heeft men fors ingeteerd op het eigen vermogen omdat men genoodzaakt geweest is, zelf te investeren om het voorzieningenniveau een beetje op peil te houden.
- Het uitgangspunt om te werken met meerjarige budgetafspraken heeft de instemming van alle besturen, mits bijstelling van het budget plaats kan vinden als er sprake is van gewijzigde omstandigheden die door de gemeenschapshuizen niet beïnvloedbaar zijn.
- In het uitgangspunt waarin vermeld is dat verlaging van de subsidies aan de gemeenschapshuizen geen operationele doelstelling is in het kader van de beleidsnota, is ook een zin opgenomen waarin staat dat de harmonisatie per saldo voor de gemeenschapshuizen budgettair neutraal moet verlopen. Den Tref heeft die stelling zó gelezen dat als het ene gemeenschapshuis meer middelen toebedeeld krijgt, de anderen met minder genoegen zullen moeten nemen (totale budget voor gemeenschapshuizen is neutraal).
Bij de formulering van het betreffende uitgangspunt, heeft die interpretatie ons niet voor ogen gestaan. Het was de bedoeling om aan te geven dat de uitkomst van de te formuleren beleidsmaatregelen moet leiden tot een situatie waarin de besturen niet geconfronteerd worden met onoplosbare financiële problemen. Inkomsten en uitgaven moeten met elkaar in balans gebracht kunnen worden op basis van het te formuleren beleid.
- Groot onderhoud is een onderwerp waar verschillend over gedacht wordt. Den Herd is van mening dat bij groot onderhoud onder verantwoordelijkheid van de gemeente, de besluitvorming te lang duurt en de kosten te hoog zijn. De gemeenschapshuizen zouden onderhoudswerk goedkoper kunnen (laten) uitvoeren. Die overtuiging hebben ook de vertegenwoordigers van Netersels Belang en van d'n Aord en d'n Anloôp. Anderzijds meent d'n Aord dat de gemeente eerder geneigd is om preventief onderhoud uit te voeren. Den Tref geeft er de voorkeur aan het onderhoud in eigen hand te houden. Wel is dan een actualisatie nodig van het onderhoudsplan en een toetsing of het daarvoor benodigde geld tijdig beschikbaar komt bij uitvoering van de (bestaande danwel nieuw te formuleren)uitgangspunten voor het creëren van een voorziening voor groot onderhoud.
- Voor het overige, hebben de geformuleerde uitgangspunten in een notendop, de instemming van de Klankbordgroep.
Uit het overleg met de Klankbordgroep menen wij een aantal signalen te kunnen oppikken, die betekenis hebben voor de verdere uitwerking van de beleidsnota:
- Er is waardering voor de doelstelling om de gemeenschapshuizen gelijk te behandelen op onderdelen waar dat mogelijk is, zonder voorbij te gaan aan de noodzaak om speciale afspraken te maken op onderdelen waar geen sprake is van gemeenschappelijkheid;
- Er is waardering voor het uitgangspunt dat vraagstukken rond het beheer van de gemeenschapshuizen aan de besturen worden overgelaten, tenzij op grond van wet- en regelgeving de gemeente genoodzaakt is om standpunten in te nemen.
- Er is waardering voor, dat de gemeente niet uit het oog verliest, dat de gemeenschapshuizen door vrijwilligers bestuurd worden. Het mag wel energie kosten, maar het moet ook leuk blijven.
- Voor meerjarige budgetafspraken is voldoende draagvlak.
- Er is geen breed draagvlak voor toepassing van huurconstructies; in de relatie eigenaar-exploitant zou er ten aanzien van één gemeenschapshuis zelfs een formeel beletsel bestaan (q.e.d.); in de relatie exploitant-gebruiker is er in één geval sprake van felle afwijzing en in twee gevallen is er sprake van huiver voor de effecten van zo'n maatregel.
- Er bestaat op ruime schaal een voorkeur om de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van onderhoud bij de stichtingen te leggen. De besturen menen onderhoud goedkoper uit te kunnen (laten) voeren dan de gemeente.
- Door de "kleintjes" wordt met enige jaloezie gekeken naar de mogelijkheden die de “groten” hebben. Wat is acceptabel in de sfeer van (para-)commerciële activiteiten.
Hoofdstuk 2
Artikel Tussentijdse afstemming
Artikel Tussentijdse afstemming
Onderdeel van Beleidsnota Gemeenschapshuizen