Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’
worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens
eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
die dat deel in gebruik heeft gegeven;
bij het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
ruimte ter beschikking heeft gesteld.
Degene, die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd de
belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte of
deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
gesteld.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2015