Als één ruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte, dat blijkens
zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
in onderdeel c bedoeld samenstel.
Artikel 3
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2015