De verlaging, bij gedragingen als bedoeld artikel 6 en 7, wordt vastgesteld op:
- - 10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
- - 50% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
- - 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.