Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Scholing en Persoonlijk Re-integratiebudget

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARTICIPATIE INZAKE PARTICIPATIEWET

Uitgesloten van scholing is de persoon jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. Inzet van scholing is bedoeld voor personen die naar de inschatting van de klantmanager onvoldoende geëquipeerd zijn om de arbeidsmarkt te betreden en is alleen mogelijk met toestemming van de gemeente. Uitgangspunt is wel om eerst de arbeidsmogelijkheden van de persoon te verkennen waarvoor geen aanvullende scholing nodig is. Zo niet, dan dient de scholing op te leiden tot een beroep of vak met arbeidsmarktperspectief. Maximale duur van een scholingstraject bedraagt 2½ jaar. Scholing kan de persoon vanuit de gemeente worden aangeboden of kan op verzoek van de persoon worden beoordeeld. De persoon die scholing wenst te volgen dient hiervoor een onderbouwd verzoek in te dienen waarin het doel en resultaat, de duur en kosten van de scholing wordt aangegeven. Ingezette scholing vormt een onderdeel van het Plan van Aanpak. Voor de alleenstaande ouder wiens jongste kind jonger is dan 5 jaar en hiervoor op eigen verzoek ontheffing van de arbeidsplicht heeft ontvangen, heeft de inzet van scholing prioriteit, omdat juist deze doelgroep vanwege de zorgtaken gebaat is bij een zo hoog mogelijk opleidingsniveau en hierdoor met relatief weinig uren uitkeringsonafhankelijk kan raken. Bij de inzet van scholing vindt – indien nodig – een beoordeling door de gemeente plaats of de eisen van de scholing overeenstemmen met de bekwaamheden van de persoon. Uitgesloten van een Persoonlijk Re-integratiebudget (PRB) is de persoon jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. Inzet van het PRB is bedoeld voor personen die naar het oordeel van de klantmanager een voldoende onderbouwd plan met concrete doelen die leiden tot uitkeringsonafhankelijkheid hebben overlegd. Inzet van het PRB is alleen mogelijk met toestemming van de gemeente en vormt een onderdeel van het Plan van Aanpak.

Rechtspraak bij dit artikel