Op basis van de regeling tot het stellen van nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet en het besluit tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de verstrekking van loonkostensubsidie geven wij uitvoering aan dit artikel.
De inzet van loonkostensubsidie kan per 1 januari 2015 worden gefinancierd uit de Wet bundeling uitkeringen inkomensvoorziening gemeente (BUIG). De inzet van een loonkostensubsidie wordt ingezet bij personen die een geschatte loonwaarde hebben van 30% tot 80% van het WML. Alvorens een loonkostensubsidie in te kunnen zetten is er een werkplek nodig alwaar een loonwaardemeting wordt gedaan. De invulling van de werkplek is mogelijk met behoud van uitkering. Bij de vaststelling van de loonwaarde is er namelijk sprake van een werkplek, waarop het werktempo, kwaliteit en inzetbaarheid van de persoon wordt vergeleken met een werknemer die de functie middels volledige loonwaarde (zgn. normfunctie) invult. Op basis van de uitkomst van de loonwaardemeting wordt de loonkostensubsidie vastgesteld. De methodiek die hiervoor (regionaal) wordt ingezet is de methodiek van Dariuz. Een verzoek tot de inzet van een loonkostensubsidie komt formeel vanuit de werkgever, maar volgt pas op het moment dat er reeds sprake is van persoonlijk contact tussen werkgever, gemeente en de werkzoekende (persoon). Na vaststelling van de loonwaarde wordt de loonkostensubsidie middels een beschikking voor de duur van maximaal een jaar vastgesteld. Na afloop van betreffende periode volgt – waar nodig - een nieuwe loonwaardemeting en bijbehorende vaststelling van de loonkostensubsidie.
Hoofdstuk 4
Artikel 6
Loonkostensubsidie
Onderdeel van BELEIDSREGELS PARTICIPATIE INZAKE PARTICIPATIEWET