**1..** Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een
minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde
betalingsverplichting niet meer nakomt, dan wordt het
invorderingsbesluit ten uit voer gelegd door middel van:
verrekening met de maandelijks verleende bijstand op grond
van artikel 60, derde lid, van de
Participatiewet dan wel verrekening met de
maandelijkse uitkering op grond van artikel 28, tweede lid van zowel de
IOAW als de IOAZ; of
bij het ontbreken van deze mogelijkheid en nadat een
dwangbevel is verzonden een executoriaal beslag
overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel
479e, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering; of
beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke
rechtsvordering.
**2..** Indien de belanghebbende in gebreke is met tijdige betaling en de
vordering in de beslagfase verkeert, wordt de vordering verhoogd
conform artikel 6:96, tweede lid van het Burgerlijk
Wetboek.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Verrekening, beslaglegging en eventuele rente en kosten
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2015