**1..** Het is verboden op een openbare plaats dan wel een publiek
toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of in
groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te
vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.
**2..** Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig
voorval waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
samen-scholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van
een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de
door hem aangewezen richting te verwijderen.
**3..** Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
ongeregeldheden zijn afgezet.
**4..** De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
gestelde verbod.
**5..** Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
**6..** De ontheffing is persoonsgebonden.
**7..** Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
**8..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424
of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1
Artikel 2:1
Samenscholing en ongeregeldheden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening