Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in
het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
middel van vervoer te bevinden op of aan de door de
burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de uren
daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de
bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken
(verblijfsontzegging).
Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
verplicht zich te verwijderen op een daartoe strekkend bevel
van een ambtenaar van de politie, van de gebieden als
vermeld in de verblijfsontzegging.
3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod, als
dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
noodzakelijk is.
4.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1
Artikel 2:1a
Verblijfsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening