De kwaliteit van VVE op de voorschool wordt door de Inspectie van Onderwijs
beoordeeld aan de hand van de Werkinstructie VVE- locatie (maart 2014). In 2015 moet
uit het oordeel van de Inspectie van Onderwijs blijken dat de indicatoren Wettelijke
condities (A) en Ontwikkeling, begeleiding, zorg (D) volledig voldoende (score 3)
beoordeeld worden. Niettegenstaande hetgeen in artikel 10 van de verordening wordt
gesteld, kan het aanleiding voor de gemeente zijn voor nader onderzoek, afwijzing,
stopzetting of bijstelling van de subsidie als een indicator van deze domeinen door
de Inspectie als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (score 2 of 1) beoordeeld
wordt.
De wettelijke condities worden getoetst door de GGD. Indien dit niet door de GGD
getoetst is op het moment dat de Inspectie de locatie bezoekt, toetst de Inspectie
dit onderdeel zelf. Toezicht en handhaving op de kwaliteit van de locaties zoals
geconstateerd door de GGD, wordt uitgevoerd volgens de beleidsregels die de gemeente
hiervoor heeft opgesteld op grond van de Wet Kinderopvang.
Voor beide onder artikel 9 genoemde subsidies geldt dat het college de
aanvraagformulieren vaststelt. Het aanvraagformulier voor een subsidie ten behoeve
van doelgroeppeuters is opgenomen bij deze uitvoeringsregels als bijlage 4. Het
aanvraagformulier voor nieuwe aanbieders ten behoeve van een subsidie bedoeld voor
de scholing van leidsters en aanschaf van een VVE programma is opgenomen bij deze
uitvoeringsregels als bijlage 5.
Artikel 10
Eisen aan aanbieders
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie