De subsidie van € 400,- per VVE-doelgroeppeuter per jaar wordt verrekend naar rato
van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. Dat
wil zeggen dat als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, er € 200,-
toegekend kan worden. Doelgroepplaatsen dienen te worden gebruikt door door de JGZ
geïndiceerde doelgroeppeuters.
Nieuwe aanbieders die gebruik maken van de subsidieregeling voor kwalificering als
VVE locatie en concreet kunnen aantonen wanneer de scholing is afgerond en het VVE
programma en het kindvolgsysteem geïmplementeerd zijn, kunnen in aanmerking komen
voor een voorlopige VVE registratie.
Ten aanzien van het VVE programma zegt het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
voorschoolse educatie in art. 5: “Voor de voorschoolse educatie wordt een programma
gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt
gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele
ontwikkeling.”
Een erkend programma geniet de voorkeur omdat hiervan bekend is dat het voldoet
aan deze bepaling. De Inspectie van Onderwijs geeft echter aan: “..Sommige
gemeenten/vve-locaties werken met een vve-programma dat niet door Sardes of het NJI
beoordeeld is, maar waarvan de gemeente/ houder van psz/kdv aantoont dat het voldoet
aan de eisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, art.
5. Als dat allemaal niet het geval is, kan pas een oordeel over het programma
gegeven worden op basis van de beoordeling van C1.2, C1.3, C1.4, C2, C3 en D1.1: als
daar 2-en gegeven worden die zijn terug te voeren op de inhoud van het programma,
krijgt het programma ook een ‘2’.“
De gemeente maakt dezelfde uitzondering ten aanzien van een VVE programma. Als een
door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de
voorwaarden zoals hierboven omgeschreven, kan de aanbieder er voor kiezen deze te
gebruiken. De gemeente gaat dan niet actief onderzoeken of het programma aan de
gestelde eisen voldoet, maar wacht het oordeel van de Inspectie van Onderwijs
hierover af. Indien een erkend VVE-programma aangeschaft wordt, kan de subsidie
vooraf uitgekeerd worden. In het geval van een niet erkend VVE programma wordt de
subsidie voor de aanschaf van de methode en materialen pas uitbetaald wanneer de
Inspectie een positief oordeel hierover heeft geveld.
Doelgroeppeuters mogen van extra uren VVE (het VVE- aanbod) gebruik maken. Het VVE
– aanbod omvat minimaal 3 en maximaal 5,5 uur, met dien verstande dat de som van
VVE-aanbod en reguliere peuteromvang tenminste 10 uur en maximaal 10,5 uur is. Het
VVE- aanbod wordt de ouders niet in rekening gebracht. De aanbieder stuurt de
maandelijkse factuur voor het VVE-aanbod rechtstreeks naar de gemeente, zowel voor
ouders met gemeentetoeslag als voor ouders met kinderopvangtoeslag. De aanbieder
stelt een overeenkomst op voor het VVE-aanbod per doelgroeppeuter tussen aanbieder
en gemeente waarbij een kopie van de overeenkomst tussen aanbieder en ouder voor de
reguliere peuteropvang als bijlage toegevoegd wordt. De aanbieder spant zich er voor
in dat het derde dagdeel ook daadwerkelijk benut wordt door de doelgroeppeuter. Bij
langdurig of structureel niet-gebruik van het VVE-aanbod door de doelgroeppeuter,
licht de aanbieder de gemeente in en vervalt de overeenkomst voor het VVE- aanbod
van de doelgroeppeuter.
Artikel 9
Vergoedingen en subsidie VVE voor aanbieders
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie