• - Het college kan op grond van de artikelen 9, eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet, 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ een tegenprestatie naar vermogen opdragen.
  • - De tegenprestatie naar vermogen bestaat uit onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden met een additioneel karakter, die:
    • - niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
    • - niet zijn bedoeld zijn als re-integratie-instrument;
    • - worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;
    • - niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
  • - Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
    • - de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht;
    • - de persoonlijke situatie en de individuele omstandigheden worden in aanmerking genomen;
    • - de persoonlijke wensen en kwaliteiten worden in overweging genomen.