1.. De jeugdige of zijn ouders verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.

2.. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6, stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouders vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.