Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 9

Artikel 28

Inwerkingtreding

Onderdeel van Monumentenverordening 1998

1.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, stads- of dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten en gemeentelijke archeologische meldingsgebieden, treedt zij in werking vanaf het moment van bekendmaking/ publicatie. 2.. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 31 mei 1990, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op het moment dat de Monumentenverordening 1998 in werking treedt. 3.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. 4.. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 31 mei 1990, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt. 5.. De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 6.. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 7.. Aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 7 van de in het tweede lid genoemde vervallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van artikel 7 van de in het tweede lid genoemde verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel