**1..** Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, stads- of dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten en gemeentelijke archeologische meldingsgebieden, treedt zij in werking vanaf het moment van bekendmaking/ publicatie.
**2..** De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 31 mei 1990, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op het moment dat de Monumentenverordening 1998 in werking treedt.
**3..** Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.
**4..** De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 31 mei 1990, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt.
**5..** De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
**6..** De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
**7..** Aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 7 van de in het tweede lid genoemde vervallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van artikel 7 van de in het tweede lid genoemde verordening.