**1..** Een verlaging als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wegens het door belanghebbende op onverantwoorde wijze interen van zijn vermogen wordt de verlaging vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm voor de duur dat belanghebbende in zijn onderhoud had kunnen voorzien, wanneer hij op verantwoorde wijze zijn vermogen had besteed. Onder verantwoorde besteding van het vermogen wordt verstaan 1,5 keer de toepasselijke bijstandsnorm
**2..** Als door eigen toedoen geen gebruik wordt of kan worden gemaakt van een voorliggende voorziening wordt een verlaging vastgesteld op 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand, indien ten gevolge van de gedraging algemene bijstand wordt aangevraagd en toegekend.
**3..** Indien een belanghebbende zich naar het oordeel van het dagelijks bestuur verwijtbaar gedraagt ten aanzien van de verplichting, zoals in artikel 55 van de wet, of verplichtingen niet of onvoldoende nakomt om over te gaan tot boedelscheiding of kinderalimentatie of partneralimentatie te vorderen, wordt een verlaging vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet Werk en Inkomen Lekstroom 2015