Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ WIL 2015

De verlaging wordt opgelegd met ingang van: de ingangsdatum van de uitkering, wanneer een gedraging heeft plaatsgevonden voordat het recht op uitkering is ingegaan, of; de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarin de beschikking tot het opleggen van de verlaging is afgegeven. Indien de verlaging niet kan worden opgelegd omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, kan de verlaging alsnog gerealiseerd worden door middel van herziening van de eerder verstrekte uitkering. Indien een verlaging niet of niet volledig is uitgevoerd met toepassing van lid 1 of lid 2 vanwege intrekking of beëindiging, kan wanneer belanghebbende binnen twaalf maanden na intrekking of beëindiging van de uitkering opnieuw een uitkering aanvraagt, rekening worden gehouden met het verwijtbare gedrag. De aanvraag dient bijgeval rechtstreeks verband te houden met het verwijtbare gedrag.

Rechtspraak bij dit artikel