1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt
aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget
wordt verstrekt.
2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de
beschikking in ieder geval:
a.welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat
daarvan is;
b.de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
c.of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het
college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de
voorziening.
3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van
persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval:
a.aan welk resultaat het persoonsgebonden budget kan worden besteed;
b.welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden
budget;
c.wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is
gekomen;
d.wat de ingangsdatum en de duur is van de verstrekking waarop het
persoonsgebonden budget ziet;
e.de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden
budget, en
f.of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het
college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de
voorziening.