Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 13

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Wmo verordening gemeente Nieuwegein 2015

1.Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst passende maatwerkvoorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan. En wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 3.Het college stelt nadere regels over de voorwaarden ingeval met een persoonsgebonden budget een hulpmiddel, vervoersvoorziening of woningaanpassing wordt aangeschaft of een dienst wordt ingekocht. 4.Het college bepaalt bij nadere regels onder welke voorwaarden betreffende het tarief, een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt de mogelijkheid heeft om maatwerkvoorzieningen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. Het tarief kan lager zijn dan als bedoeld in het derde lid. 5.Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel