Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 8

Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Wmo verordening gemeente Nieuwegein 2015

1. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Nieuwegein komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in verband met de door hem ondervonden beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a.op eigen kracht; b.met gebruikmaking van voorzieningen die voor de cliënt algemeen gebruikelijk worden geacht; c.met gebruikelijke hulp; d.met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel e.met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen. 2. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met het verslag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in verband met de door hem ondervonden problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikmaking van voorzieningen die voor de cliënt algemeen gebruikelijk worden geacht; c .met gebruikelijke hulp; d. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel e. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen 4. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend het verslag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 5. Bij het beoordelen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en indien aanwezig het persoonlijk plan als uitgangspunt.

Rechtspraak bij dit artikel