1.Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het
onderzoek, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij
gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten:
Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen
plaats en tijdstip en hem te bevragen.
Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer
daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
2.Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
vragen indien:
Het een aanvraag betreft van een persoon die niet eerder een voorziening
heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 4 is
gevoerd.
Het een aanvraag betreft van een persoon die wel eerder een voorziening
heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 4 heeft gevoerd, maar
waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde
omstandigheden de noodzaak van een maatwerkvoorziening of de soort van
maatwerkvoorziening kunnen beïnvloeden.
Het college dat overigens gewenst vindt.