Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Eigen bijdrage blijf-van-mijn-lijfhuizen, voorzieningen voor begeleid wonen en passantenverblijven.

Onderdeel van Verordening eigen bijdrage maatschappelijke en vrouwenopvang

1.. Lid 1. Gedurende het verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis, is een bijdrage in de kosten verschuldigd. Uitgangspunt van blijf-van-mijn-lijfhuizen is het zelfhulpprincipe en behoud van zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid van de cliënten. Cliënten betalen een bijdrage in de kosten van huisvesting, gas, licht, water etc. en de kosten van begeleiding. De kosten voor voeding, schoonmaakartikelen etc. komen voor eigen rekening. De eigen bijdrage is een vaste bijdrage (ook wel de pensionprijs genoemd). Deze is niet gebaseerd op het netto-inkomen van de cliënt. De hoogte van de eigen bijdrage (pensionprijs) dient zo gekozen te worden dat de cliënt te allen tijde minimaal beschikt over een bedrag voor de kosten die voor eigen rekening komen zoals voeding en persoonlijke uitgaven. Om de toegankelijkheid van de blijf-van-mijn-lijfhuizen te waarborgen dient de hoogte van de eigen bijdrage direct aan te sluiten bij de inkomens op bijstandsniveau. Immers (ook) voor de cliënten van blijf-van-mijn-lijfhuizen geldt dat een aanzienlijk deel moet rondkomen van een bijstandsuitkering. De hoogte van de eigen bijdrage (pensionprijs) wordt door het college vastgesteld in het kader van de subsidieovereenkomst met de instelling. Bij aanpassingen dient rekening te worden gehouden met de wijziging in de bijstandsnormen en in de stijging van de kosten in levensonderhoud. 1.. Lid 2. In voorzieningen voor begeleid wonen wordt huisvesting gecombineerd met (een geleidelijke afbouw van de) woonbegeleiding. Er zijn verschillende vormen van begeleid wonen. Het onderscheid in de verschillende vormen van begeleid wonen heeft te maken met twee criteria namelijk: wie is de eigenaar/huurder van de woning (de instelling of de cliënt) en hoe intensief is de begeleiding (variërend van dagelijkse begeleiding tot enkele uren per week). De hoogte van de eigen bijdrage zal mede gebaseerd zijn op de intensiteit van de begeleiding die geboden wordt. Ook voor de eigen bijdrage bij verblijf in een voorziening voor begeleid wonen geldt dat het bedrag zo gekozen dient te worden dat de cliënt te allen tijde minimaal beschikt over een bedrag voor alle zaken die voor eigen rekening komen. Lid 3. De cliënten van het passantenverblijf zijn een eigen bijdrage per overnachting verschuldigd. Dit betreft een bijdrage in de kosten van "bed, bad en brood".

Rechtspraak bij dit artikel