Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Eigen bijdrage voorzieningen voor residentiële opvang voor cliënten met een eigen huishouden.

Onderdeel van Verordening eigen bijdrage maatschappelijke en vrouwenopvang

1.. De bijdrage van een cliënt met een eigen huishouden in een voorziening voor maatschappelijke opvang die voltijds verblijf aanbiedt, wordt vastgesteld overeenkomstig de door het college vast te stellen tabel(len) “eigen bijdrage voor cliënten met een eigen huishouden”. 2.. De gebruiker die langer dan zes maanden gebruik heeft gemaakt van een voorziening, wordt bij de toepassing van deze regeling geacht geen eigen huishouden meer te hebben. 3.. Een verzoek om ontheffing van het gestelde in het eerste lid dient door de cliënt gemotiveerd gericht te worden aan het college. Artikel 7. Vaststelling netto inkomen. Voor de berekening van de hoogte van de eigen bijdrage wordt het netto-inkomen berekend op de wijze als vastgelegd in artikel 8. De berekening, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt door de instelling die de eigen bijdrage int bij schriftelijk besluit aan de cliënt medegedeeld. Het netto-inkomen van de cliënt wordt bij aanvang van de dienstverlening en voorts zodra de inkomsten van de cliënt zich wijzigen, vastgesteld door de instelling die de bijdrage int. Tussentijdse herziening van hoogte de eigen bijdrage op verzoek van de cliënt aan de instelling die de eigen bijdrage int, is mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel