**1..** Behoudens het bepaalde in artikel 2.3.5 derde, vierde en vijfde lid van de wet dient een maatwerkvoorziening te zijn afgestemd op de persoonskenmerken en behoeften van een persoon met beperkingen, psychische of psychosociale problemen die niet op eigen kracht,met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan voorzien de zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie of in de behoefte aan beschermd wonen of opvang.
**2..** Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt niet voorzienbaar was; en
de voorziening langdurig noodzakelijk is.
**3..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven:
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; of
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
**4..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3
Criteria voor maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Putten